
Chris Keulemans

In oktober 2018 kwam Massih terug uit Los Angeles. Hij verbleef er in de wijk Boyle Heights, het hart van de Hispanic bevolking: lange tijd een zogeheten no-go area waar de politie niet eens kwam bij noodmeldingen, maar nu ontdekt door kunstenaars op zoek naar betaalbare werkruimte. Hij schreef erover in zijn boek Jij hebt ons niet ontdekt, wij waren hier altijd al:
‘Ik leerde over de militante antigentrificatiegroep Defend Boyle Heights, opgericht door academisch geschoolde en goedgeïnformeerde jongeren, die doorhebben dat ze niet meer hoeven te rekenen op bescherming van de overheid en zichzelf moeten verdedigen. Met als gevolg succesvolle huurstakingen, maar ook heftige protestmarsen, waarbij ze na sluitingstijd ateliers en cafés aanvallen met het idee: jullie wilden eerst niks van ons weten omdat we eng en raar waren? Guess what, dat zijn we nog steeds. Kom niet hierheen.’
Massih nodigde Naïm, Kerem, Emre en mij uit bij hem thuis. Defend Boyle Heights had hem op een idee gebracht. Geweld keurt hij nooit goed, zei hij, maar de huurstakingen vond hij inspirerend.
‘In mijn columns in het Parool schreef ik steeds meer kritische stukken over de gentrificatie van Noord en over de onverschillige houding van veel nieuwe Noorderlingen. Ik kreeg de ene na de andere mail om koffie te drinken. Een paar jaar terug ging ik daar altijd op in, weliswaar met wat tegenzin. Maar ik ging praten. Met nieuwe bewoners, nieuwe ondernemers, onderwijs- en kunstinstellingen, ambtenaren, noem maar op, iedereen. Maar toen ik terugkwam uit LA wilde ik niet meer praten. Ik wilde eerlijk gezegd ook niet meer schrijven. Ik wilde iets dóén. Actievoeren.’
Hij had een naam: Verdedig Noord. Die avond bedachten we hoe de beweging eruit moest zien. We bedachten grappige, visueel sterke en radicale acties. En we formuleerden een paar kernregels: nooit geweld toepassen of uitlokken, niet de media of politie te woord staan en iedereen beweegt de hele tijd in dezelfde richting. En we pasten de +1-regel toe: iedereen ging in hun omgeving op zoek naar nog iemand en nam die mee naar de volgende bijeenkomst.
‘We benadrukten in gesprekken met mensen uit allerlei verschillende hoeken, culturen en leeftijdscategorieën vooral ons gedeelde belang: liefde voor Noord en de wens om er te kunnen blijven wonen. We benadrukten onze gemeenschappelijke economische positie, die zwak was. We probeerden naar het voorbeeld van Defend Boyle Heights van onze kwetsbaarheid onze kracht te maken. Het financiële kapitaal in de buurt lag niet bij ons. Maar het sociaal-culturele kapitaal wel. Wij hadden onzichtbare systemen, althans onzichtbaar voor buitenstaanders, ontwikkeld die de buurt kenmerkten en bij elkaar hielden. Al deze mensen die als famlie met elkaar omgaan hebben roots over de hele wereld, maar zijn thuis in Amsterdam-Noord. Onze gemeenschap is onze kracht. En als nieuwe Noorderlingen of niet-Noorderlingen willen helpen in de strijd, hun privileges en middelen willen delen of afstaan, is dat prima. Met al deze verschillende groepen mensen maken we samen één vuist tegen de groeiende sociale ongelijkheid, vanuit de principes van solidariteit en menselijkheid.’

Verdedig Noord was een breekpunt. De omslag tussen twee fases. In de vorige fase werd ieder talent van kleur uit Noord óf genegeerd óf omarmd en klein gehouden door de partijen die het voor het zeggen hadden: gemeente, kunstinstellingen, politieke partijen, woningbouw. In de nieuwe fase namen ze zelf het woord, bouwden hun eigen podia en eisten de ruimte op voor hun eigen verhalen. Ze pakten Noord terug. Voor zichzelf en voor elkaar. En voor iedereen met wie ze er waren opgegroeid. Dat was tot dan toe nog nooit gebeurd.
Massih was de eerste die het doorhad en er woorden voor vond. Eerst was hij de ideale knuffel van de gevestigde orde. Jong, bruin, welbespraakt, scherp maar beleefd. Over het IJ Festival vroeg hem als een van hun Wijkmakers: theatertalent dat werd gedropt in de buurten van Noord om er iets liefs en sociaals te bedenken. Van het beschikbare geld maakte hij zijn studiereis langs steden waar de gentrificatie toesloeg: Brooklyn, Berlijn, Parijs, Barcelona, Boyle Heights. Toen hij terugkwam wist hij wat gentrificatie was: de ruimtelijke uiting van klassenongelijkheid. En die bedreigde ook zijn dierbare Noord. Hij liet zich niet meer stilknuffelen.
De voorstelling die hij direct na terugkeer maakte was vooral: zijn monoloog van anderhalf uur. Een paar van zijn nieuwe nummers zetten die kracht bij. Kerem, Emre en Lucas sjouwden met barricades, protestaffiches en t-shirts. Ik gaf een intro met cijfers over de armoedekloof in Noord en een opsomming van alle kansloze telefoontjes die ik kreeg van mensen die koffie met Massih wilden drinken maar hem niet te pakken kregen. We speelden de voorstelling in de Rietwijker. Voor Massih en zijn vrienden een vertrouwde plek in de Banne. Voor het festivalpubliek van Over het IJ een griezelige fietstocht diep Noord in. De eerste rijen waren gereserveerd voor oude Noorderlingen: volgens de zelfbedachte wet van Massih was dat iedereen die hier al voor 2008 woonde. Toen iedereen zat keek hij de zaal in en zei:
Ik hou van Noord.
Buikslotermeerplein, Nieuwendam, Banne.
Ik hou van Noorderlingen.
Annie, Ron, Kerem.
Ik loop door mijn wijk en zie steigers. Steigers voor de gevels van huizen. Hier worden sociale huurwoningen opgeknapt en verkocht. Welke partijen hiervoor verantwoordelijk zijn, mag geen geheim blijven. De namen van woningcorporaties prijken dan ook op doeken die net zo groot zijn als de hekken die ze dekken. Met daaroverheen in graffiti letters: Huizen voor de rijken?
Massih was een magnetische verteller. Hij trok alle aandacht naar zich toe. Met die gebeitelde kop, dat verleidelijke lachje, ogen die gaten brandden in het pantser dat mensen optrokken, een stem die elk woord zo voor ze neerzette dat niemand er omheen kon.
Dat leek hem allemaal moeiteloos af te gaan. Maar zo was het niet. Ik zag van dichtbij hoeveel kracht het hem kostte. De zenuwen van een zaal vol kritische ogen. De inspanning om dat hele verhaal, waarin elk woord telde, uit het hoofd te leren. Maar vooral: het besef van de verantwoordelijkheid die hij op zijn schouders nam door een tegenbeweging op gang te brengen. Een beweging tegen de gentrificatie van Noord. Tegen de machine die over dit stadsdeel rolde, een machine die draaide op winst en niet op menselijkheid.
De enige groep die nauwelijks profiteert van alle lucratieve deals zijn de oude bewoners en oude ondernemers. Massih zag de cynische contrasten die gentrificatie produceerde.
Op het Mosveld staan oude en nieuwe huizen recht tegenover elkaar.
Hoe zou het zijn om uit het raam vanaf de nieuwe kant naar buiten te kijken en te beseffen hoe groot het probleem is waar je deel van uitmaakt?
En hoe zou het zijn om uit het raam vanaf de oude kant naar buiten te kijken en te beseffen hoe mooi de oplossingen zijn waar jij géén deel van uitmaakt?
Zes uitverkochte voorstellingen lang voelde je op de tribune net zoveel herkenning als ongemak. En toen was het klaar. Toch? De Theaterkrant sloot zijn recensie af met:
‘Verdedig Noord is meer dan theater: het is een pleidooi, een lezing, een hartenkreet, een gebalde vuist, een preek, een liefdesverklaring, een opgestoken middelvinger. Eigenlijk alles wat je van theater verlangt.’
En inderdaad, meer dan theater. Dit kon je niet afsluiten en wegdoen. Dit was pas het begin.

De overname van de Rietwijker was ook een breuk met de ongeschreven wetten van de Amsterdamse cultuurwereld. Ook nog nooit gebeurd. Toen hij in de weken na de succesvolle en spraakmakende voorstelling weer eens de Rietwijker binnenliep, bijvoorbeeld om te praten met regisseur Anouke de Groot, keken mensen hem vreemd aan. Ze vroegen hem wat hij kwam doen. Alsof hij opeens weer zomaar een donkere jongen met een baardje uit Noord was. Alsof hij het werk van de witte creatievelingen die zich hadden verschanst in hun broedplaats niet mocht verstoren.
Massih kende de Rietwijker van vroeger. Zijn vader nam hem en zijn broers er naartoe voor Nowrouz. Toen de gemeente begin deze eeuw veel buurthuizen wegbezuinigde kwam het leeg te staan. Jaren later pas vond de eigenaar, Stichting Buurtcentra, een oplossing: Urban Resort, die overal in de stad broedplaatsen beheert, kreeg de sleutel. Ik ging er een keer koffie drinken met de nieuwe kwartiermaker. Hij zat middenin een leeg en verwaarloosd pand. Of hij al activiteiten had bedacht om het gebouw weer open te zetten voor de buurt, vroeg ik. Nee joh, zei hij verveeld, ik ken hier helemaal niemand.
Huurders vond hij wel, gaandeweg, en dat waren vooral jonge kunstenaars uit de stad die bereid waren drie kwartier te fietsen voor betaalbare werkruimte. De Banne kenden ze alleen als de buurt waar ze doorheen reden. Dat veranderde pas toen de Theaterstraat er neerstreek. Die waren nieuwsgieriger en nodigden buurtbewoners uit voor hun voorstellingen en workshops. Maar de Rietwijker bleef wel het gebouw dat zijn deuren dichthield als Banne Bruist elk jaar zijn grote podium neerzette op het pleintje ervoor. Teveel overlast. Voor een paar generaties bewoners van de Banne bleef de Rietwijker een plek waar hun herinneringen achter slot en grendel zaten.
Massih begreep dat het niet alleen een persoonlijke belediging was, toen ze hem vroegen wat hij kwam doen, maar een algemenere, intuïtieve en in de broedplaatsencultuur breed gedragen afwijzing van de gemeenschap waarin mensen zoals hij waren opgegroeid. Dat accepteerde hij niet. De Rietwijker moest het hoofdkwartier worden van Verdedig Noord. En de deuren moesten weer open voor de mensen die er omheen woonden.
We namen twee leegstaande ruimtes van het gebouw in. Met de Theaterstraat spraken we af dat wij de theaterzaal gingen beheren, een rol die ze zonder problemen aan ons overdroegen. In de kennismaking met Urban Resort behandelden hun mensen ons als potentiële huurders; ons manifest negeerden ze. Al stond het daar glashelder in: Wij eisen dat bewoners van Noord worden betrokken bij de culturele activiteiten in hun buurt. En dat deze bewoners inspraak hebben bij de inrichting, communicatie en programmering van kunstinstellingen in hun buurt, zodat zij zich niet uitgesloten en geïntimideerd voelen maar betrokken en welkom.
De huur betaalden we voorlopig maar niet. We hadden tenslotte nog geen rechtsvorm, geen bankrekening, geen organisatie. Maar wel mensen. De eerste strijders van Verdedig Noord.
We kraakten het gebouw niet. We namen het niet over. Want het was al van ons. En van de buurt eromheen. We zetten gewoon de deur open. Naar de werkelijkheid die was buitengezet zonder dat iemand dat met ons had besproken.

De instituten die de publieke gebouwen van de stad beheren wisten niet goed raad met ons. Aan de ene kant gooiden fondsen en verschillende afdelingen van de gemeente potjes met geld naar ons toe, omdat ze het zo sympathiek vonden dat jonge mensen uit Noord zo lekker fel en ook nog eens artistiek uit de hoek kwamen. Aan de andere kant verwachtten ze wel van ons, als tegenprestatie, dat we huurcontracten tekenden en verantwoordingen inleverden. Het was een soort inburgeringscursus: als wij leerden ons netjes aan de taal en de procedures te houden, dan zouden zij ons het bestaansrecht verlenen in de grotemensenwereld.
Wat ze niet doorhadden, omdat ze het boek van Massih wel lazen maar niet begrepen (of wilden begrijpen), was dat wij allang in de echte grotemensenwereld woonden, en dat wij daarin onze eigen taal en procedures hanteerden.
Ik moest die ook leren. Een voorbeeldje. Op een ochtend zaten Terra, Massih, Isa en ik in de Rietwijker bij elkaar. Ik heb de Tolhuistuin opgezet. Een totaal ander soort plek, veel meer ingekapseld in het oude systeem nog, maar ik had in elk geval enige ervaring in het bouwen van de organisatie die je nodig hebt om zo’n gebouw te runnen. Dus ik begon een heel verhaal over de noodzaak van een coördinator en een beheerder, wat die allemaal zouden moeten kunnen, en hoe je het best op zoek kan gaan naar zulke mensen. De rest zat intussen de hele tijd op hun telefoon. Het leek alsof het ze helemaal niet interesseerde. Ik voelde me opeens oud en achterhaald. Een half uur later keken ze op: ze hadden Fallery gevraagd als coördinator en Bilal als beheerder. Ze kwamen allebei uit de buurt, hadden de nodige skills in huis en konden morgen beginnen. Ik moest bijna lachen. Zo snel! En zo kan het dus ook. Als je vertrouwt op je eigen taal en procedures.
Zo groeide Verdedig Noord, de beweging. Intussen hebben we een huurcontract, een stichting, een bestuur, een fondsenwerver, een directie, een organisatiestructuur en een jaarplanning. We werken samen met de instanties die ons nog steeds klein willen houden maar intussen ook een beetje bang voor ons zijn. Want ze zijn onder de indruk van wat Verdedig Noord allemaal doet. Terwijl ze er maar een fractie van zien. Want de mensen die echt plezier hebben van wat er gebeurt in de Rietwijker, op de Parlevinker, in de School voor Strijders, in de Kiosk, op straat, op insta en straks in de Bowling, de mensen die er van opleven omdat ze zich gezien en gehoord voelen, dat zijn de mensen waar de stad vroeger met een boog omheen liep omdat we eng en raar waren. En guess what, dat zijn we nog steeds.



Verdedig Noord is een door hiphop geïnspireerd bewonerscollectief dat strijdt tegen gentrificatie en zich inzet voor een inclusief, cultureel bruisend Amsterdam-Noord. Stichting Productiehuis Noord vormt de creatieve uitvoeringsorganisatie achter onze programma's.
2026 VERDEDIG NOORD